De Grauwe Beer is een houten achtkante korenmolen. De molen staat op een belt, net buiten het dorp Beesel, aan de oever van de Maas.

Op de belt kan de molenaar de molen kruien, zodat deze goed op de wind staat. Ook kan hij hier zonodig zeilen voorleggen op de wieken, om voldoende wind te vangen.

De wieken laten de bovens draaien, die in de kap van de molen een groot houten tandwiel heeft, het zogenaamde bovenwiel of vangwiel. Dit wiel drijft de steenspil aan die de molenstenen doen draaien, die een etage lager liggen:


Nadat het graan tussen de molenstenen gemalen gaat het door de meelpijp een etage lager en wordt daar opgevangen en weer in meelzakken gedaan.
